SGB 620 (uit 1943)
Info over de locomotief:

Ter voorbereiding van een invasie in Europa en andere operaties wereldwijd lieten het Amerikaanse leger (United States Army Transportation Corps) en het Britse War Department tijdens de Tweede Wereldoorlog gezamenlijk ongeveer 4500 diesel- en stoomlocomotieven bouwen. De oorlogslocomotieven werden goedkoop en simpel gebouwd. Hierdoor konden de locomotieven in hoog tempo worden gebouwd. Veel locomotieven waren van slechte kwaliteit, omdat ze niet lang mee hoefden te gaan. Op D-Day, 6 juni 1944, landen de geallieerde troepen in Normandië, Frankrijk. Op D-Day, en later tijdens de oorlog, werden ongeveer 3000 Amerikaanse en Engelse diesel- en stoomlocomotieven naar het Europese vasteland gebracht. Op 5 mei 1945 werd het Nederlandse vasteland door de geallieerden bevrijd van de Duitsers. Op 11 juni werden de Waddeneilanden ook bevrijd.

Duizenden goederenwagons, locomotieven, rijtuigen en treinstellen werden tijdens de oorlog naar het oosten afgevoerd of raakten ernstig beschadigd. Ook was veel infrastructuur op veel plekken vernietigd. De Nederlandsche Spoorwegen schatte de totale oorlogsschade op 522,5 miljoen gulden. NS maakte meerdere reizen naar het oosten om Nederlandse treinen terug te zoeken die nog bruikbaar waren. Nadat de Tweede Wereldoorlog ten einde was gekomen, belandde veel overtollig Amerikaans en Brits oorlogsspoormaterieel op grote legerdumps in Europa. Hier konden de Europese spoorwegmaatschappijen materieel kopen of huren om hun spoornetwerk weer op te bouwen. NS kocht en huurde een groot aantal locomotieven om zo de treindiensten weer op te bouwen. NS en enkele andere bedrijven in Nederland namen rond de 400 diesel- en stoomlocomotieven over uit de legerdumps. Van deze locomotieven zijn de NS 164, NS 620, NS 2019, NS 8811, USATC 4389, WD 70033, WD 70269 en de WD 73755 bewaard of gereconstrueerd. Daarnaast kocht en huurde NS ook locomotieven uit andere landen in Europa, waaronder West-Duitsland. De NS 7853 is een reconstructie van een Zwitserse locomotiefserie die na de oorlog drie jaar in Nederland heeft gereden. Het overgrote deel van de locomotieven werd binnen tien jaar, toen nieuw materieel beschikbaar was, weer buiten dienst gesteld. In de eerste jaren na de oorlog werden door een gebrek aan rijtuigen goederenwagons ingezet voor reizigersvervoer. Ook werden bussen en legertrucks ingezet als vervanging van de treindienst.

Ter voorbereiding van een invasie in Europa bestelde het Amerikaanse leger (United States Army Transportation Corps) aan het begin van de oorlog 1500 diesellocomotieven, waarvan 168 van het type 65-DE-19A bij de fabriek Whitcomb Locomotive Works in Rochelle. Binnen een paar maanden werd het type 65-DE-19A ontwikkeld. Het waren eenvoudige, stevige en symmetrisch gebouwde locomotieven. Ze waren uitgerust met extra pantsering en treeplanken waar soldaten op konden staan. Elke locomotief had ook twee motoren, zodat ze konden doorrijden als er één defect raakte. Elke loc woog bijna 63.000 kilo en kon ook onder slechte omstandigheden dienstdoen. De locs hebben een maximale snelheid van 75 km/u. De diesels werden, net als de meeste oorlogslocomotieven, geheel zwart geschilderd om minder op te vallen. In 1943 en 1944 werden de locomotieven gebouwd. Als een locomotief in Amerika klaar was, werd hij weer uit elkaar gehaald en in grote kratten verscheept naar Engeland en Ierland. Hier werden de locomotieven weer in elkaar gezet. Tijdens D-day werden de in Engeland opgeslagen locomotieven naar Normandië gebracht. Na D-day werden de locomotieven die nog werden gebouwd direct naar Europa gebracht. Tijdens de oorlog werden de locomotieven gebruikt om materieel en troepen te vervoeren. Het United States Army Transportation Corps (USATC) legde nieuwe spoorverbindingen aan of repareerde spoorrails die door de gevechten kapot waren gegaan.

Nadat de Tweede Wereldoorlog ten einde was gekomen, belandde veel overtollig Amerikaans en Brits oorlogsspoormaterieel op grote legerdumps in Europa. Hier konden de Europese spoorwegmaatschappijen materieel kopen om hun spoornetwerk weer op te bouwen. NS nam in 1946 20 diesellocomotieven van het type 65-DE-19A over van de USATC voor inzet in Nederland. De locs werden gekocht van een dumpplaats in Parijs. De Whitcombs die in Europa niet werden verkocht, nam Amerika weer mee terug. Daar werden de locomotieven doorverkocht en ingezet in Canada, Cuba, Mexico en de VS. In Tilburg werd door NS besloten een loc kaal te plukken en de andere 19 locomotieven te herstellen. De diesellocomotieven kregen de nummers 601 t/m 619, de locs kregen hun nummer op volgorde van hun Amerikaanse nummers. In 1946 kwamen alle locomotieven in één trein naar de werkplaats in Haarlem. De locomotieven werden gereedgemaakt voor inzet in Nederland. Door de slechte toestand van de motor stelde NS in 1946 en 1947 maar elf 600'en in dienst. Tijdens de inzet in het leger raakten de locomotieven erg vervuild met zand. Ook de koeling van de motoren lekte en werkte slecht door het minimale onderhoud tijdens de oorlog.

In de jaren '50 kregen de locomotieven de donkergroene NS-kleurstelling. Daarvoor reden de locs in de zwarte oorlogskleuren voor NS. Om de voorkant van de symmetrische locomotieven aan te duiden, werd de voorste neus voorzien van een witte streep. Door de motoren waren de 11 rijdende locomotieven onbetrouwbaar en stonden ze vaak defect. Het gebeurde vaak dat van de 11 locs ongeveer maar de helft van de locomotieven inzetbaar was. Soms waren er maanden dat er maar 1 loc in dienst reed. In 1953 en 1954 kregen alle 18 locs, behalve plukloc 603, nieuwe motoren. Bij een revisie kreeg de serie de nummers 2001 t/m 2018, de 619 kreeg het nummer 2003. Door de nieuwe motor konden eindelijk alle 18 locomotieven in dienst worden gesteld. Een bekende inzet van de 2000'en was voor de olietreinen vanuit Schoonebeek, onder andere met Amerikaanse ketelwagens. In 1953 werd de 603 afgevoerd, omdat deze een te slecht frame had. Door de komst van de locomotieven van de series 2200 en 2400 werden de meeste oorlogdiesellocomotieven van de serie 2000 in 1958 opgeslagen in Roosendaal. In 1960 werden alle locomotieven van de serie van NS gesloopt.

De USATC 7989 werd in 1943 gebouwd en arriveerde in februari 1944 in Engeland, bij Longmoor Military Railway. Longmoor was een opleidingskamp voor Britse spoorwegtroepen. De loc werd in Europa tijdens de oorlog ingezet. Na de oorlog werd de loc ook op een legerdumpplaats te koop aangeboden. In Europa was er geen interesse voor de locomotief en hij ging terug naar Amerika. Zonder verbouwd te worden, kwam de loc terecht bij de Lehigh Cement Factory in Mason City (in de staat Iowa). Tot in het begin van deze eeuw heeft de loc hier wagons gerangeerd. Daarna werd de locomotief met lichte motorschade terzijde gesteld. De loc is overdekt neergezet, waardoor hij in een redelijke staat verkeerde. De locomotief is voor het behoud van de motor ook nog een aantal keer gestart, maar heeft niet gereden.

In 2017 toonde de Stoomtrein Goes - Borsele (SGB) interesse om de loc uit Amerika te halen en naar Goes te brengen. Op 29 maart gaf ingevlogen personeel van de SGB toestemming voor het project. In mei dat jaar werd de locomotief officieel overgenomen door de stichting. Er werd gestart om de loc naar de haven van Milwaukee te brengen. Met de Nederlandse ambassade in Washington werd geregeld dat de loc als 'cultural exchange' werd gezien. Hierdoor hoefde er geen uitvoerbelasting betaald te worden. Bij de cementfabriek werd het cement van de loc verwijderd. Op 17 oktober 2017 is de loc, samen met reserveonderdelen, op een trailer geplaatst. De locomotief vertrok die dag van de plek waar hij jaren heeft gestaan. Twee dagen later werd de loc en de reserveonderdelen op de boot gehesen. Het schip voer naar Antwerpen, waar de loc op 7 november aankwam. Vanuit daar is de loc per vrachtwagen naar Goes gebracht. In Goes is begonnen de Amerikaanse klauwkopperling te verwijderen. De loc werd eind mei 2018 zwart gemaakt met gele relingen. Dezelfde kleur waarin de loc in 1944 en 1945 in het leger diende. In 2019 was het 75 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd. In 2020 is de loc gelijkgemaakt aan de originele 600-serie van NS. De loc kreeg ook het fictieve doorlopende nummer 620.

In Nederland zijn twee locomotieven van dit oorlogstype te zien, de 620 van de Stoomtrein Goes - Borsele en de 2019 van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij. De 620 is teruggebracht naar de zwarte kleur waarin de locomotieven in de oorlog dienst deden en later ook bij NS reden. De 2019 is voorzien van de donkergroene kleurstelling die NS haar locomotieven in de jaren '50 gaf en waarmee de locomotieven werden gesloopt.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De SGB 620 staat in Goes tentoongesteld als onderdeel van de tentoonstelling 'De treinen van de wederopbouw'.
Sporen naar het verleden 2023, 18 mei 2023. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
De SGB 620 en bagagerijtuig HSM D 1945 / NS D 6044 naast elkaar in Goes. 18 mei 2023. © TreinenInNederland.nl
 
 
De 1218 en de 620 staan naast elkaar in het zonnetje. 18 mei 2023. © TreinenInNederland.nl
 
De SGB 620, de 1218 en de 2424 staan mooi naast elkaar tentoongesteld. 18 mei 2023. © TreinenInNederland.nl
 
De nieuwste aanwinst van de SGB, een witte Whitcomb vanuit Amerika staat tijdens het evenement 'Sporen naar het verleden' opgesteld
te wachten op zijn revisie. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
De Whitcomb, Hippel 521 en de WD 75196 van het Belgische Stoomcentrum Maldegem naast elkaar. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl